Interview met Mohammed Benzakour

Het mooiste wat ik in dit leven nog wil bereiken is de Nobelprijs voor de literatuur en voor de vrede.”

archief artikel uit 2009 voor Zwarte Tulp projecten

Mohammed Benzakour is een Nederlandse moslim, die het heeft gemaakt in ons land. Hij schreef onder andere een boek over politiek en columns voor onder andere het NRC-Handelsblad en de Volkskrant. Als schrijver verzet hij zich tegen de grimmigheid van de Nederlandse maatschappij, die bepaalde groepen zwart maakt.

Wanneer en waar ben je geboren?

Het is de tiende januari 1972. De dageraad had zich nog maar nauwelijks aangekondigd wanneer ik als vierde kind ter wereld kom. Mijn eerste levensschreeuw waaide ijl weg over de nog geruisloze bergvlakte in het noordoostelijke Rifgedeelte van Berber-Marokko. Op mijn derde vertrok ik, met moeder en broers naar Nederland. Mijn vader wachtte ons aldaar met oliebesmeurde handen op.”

Wat heb je gestudeerd?

Ik studeerde sociologie en bestuurskunde aan de universiteit.”

Wat heb je daarna gedaan?

Na een probleemloze studiecarrière, in combinatie met een raadslidschap in de gemeenteraad van Zwijndrecht verkoos ik een aanlokkelijke rijksoverheidsbaan boven een glansrijke promotieplaats. Na een kort dienstverband als medewerker van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer werd mijn gave van het woord ‘ontdekt’ toen in februari 1998 mijn eerste opinieartikel in de NRC werd geplaatst. Ik vond dat het afgelopen moest het zijn met die veilige, tot snot gekookte spruitjescolumnistiek. Met elegante dinosaurusmentaliteit smeet ik mijn columns in o.m. Contrast en de Volkskrant, daarmede vriend en vijand even gemakkelijk in de wolken als in de gordijnen jagend.”

Waar houd je je nog meer mee bezig naast het schrijven?

Omdat ik het altijd al beter met dieren kon vinden dan met mensen, ben ik intussen lijstduwer van de Dierenpartij.”

Wat zijn jouw sterke eigenschappen?

Ik ben koppig en nieuwsgierig.”

Wat zijn jouw minder sterke eigenschappen?

Ik ben vrij ongeduldig.”

Wat wilde je als kind worden?

Adjunct-directeur.”

Waarom ben je dat niet geworden?

Ik heb hiervoor niet als adjunct directeur gewerkt, want ik ben in de schrijverij terecht gekomen toen ik een artikeltje voor het NRC Handelsblad schreef. Ik werd daarna vaker gevraagd. Ik dacht toen: Hé dit is leuk en toen ben ik het blijven doen tot op de dag van vandaag. Adjunct-directeur hoef ik inmiddels niet meer te worden.”

Wat wil je nog bereiken?

Het mooiste wat ik in dit leven nog wil bereiken is de Nobelprijs voor de literatuur en voor de vrede krijgen. Ik lees elke dag teveel in de krant over doden. Het lijkt me goed te streven naar meer vrede en minder oorlogen op aarde.”

Hoe wil je dat gaan doen?

Momenteel besteed ik hier aandacht in mijn opinie-artikelen, columns en essays. Hierin probeer ik de mensen een spiegel voor te houden. Ik vind dat vooral Nederland een vrij harde en grimmige samenleving aan het worden is en dat bepaalde groepen mensen worden verketterd. En daartegen verzet ik mij in mijn werk.”

Zijn er mensen die jou gestimuleerd of geïnspireerd hebben?

De Nederlandse schrijvers Gerard Reve en Willem Frederik Hermans zijn twee lichtende voorbeelden uit Nederland en uit het buitenland is dat Jean Jacques Rousseau. Het is een mooie denker. Wij kunnen veel leren van zijn denkbeelden over de mens in de natuur, met betrekking tot hoe wij nu omgaan met het milieu. Roald Dahl vind ik ook inspirerend. Hij bedenkt verhaaltjes die kinderen en volwassenen mooi en amusant vinden. Hij laat het schone en het mooie van de mensen zien. Als mens is hij ook leuk. Hij had een oude fauteuil, waarvan de vering en de rugleuning het begaven. Toen zaagde hij er een gat in en stopte er een kussen in zodat hij weer lekker kon zitten.”

Wat was het belangrijkste keerpunt in jouw leven?

Omslagen gaan bij mij nooit radicaal, maar geleidelijk. Ik word altijd wijzer van mensen die ik ontmoet.”

Wat betekent eer voor jou?

Eer is voor mij menselijke waardigheid. Ik vind dat elk mens verdient om gerespecteerd te worden in waar hij voor staat, om wie hij is en om wat hij gelooft.”

Wat wil je jongeren meegeven?

Kijk niet teveel TV, lees niet teveel de krant, maar ga vooral zelf op stap, dan leer je het meest van de geheimen van het leven.” Waar ik veel van geleerd heb is om zelf een ticket te kopen, te reizen en van de mensen die ik tegenkom.”