Schadelijk, onberekenbaar maar noodzakelijk


Debat Stichting Leefmilieu Nijmegen over nanodeeltjes in consumentenproducten

Drie jaar onderzoek naar nanodeeltjes in consumentenproducten levert een klein beetje kennis op over de gezondheids- en milieu effecten van sommige nanodeeltjes, maar te weinig kennis over de toekomstige effecten van het overgrote deel andere nanodeeltjes. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu ziet in dat regelgeving op nationaal niveau niet voldoende is en pleit voor intensieve samenwerking met de andere Europese lidstaten.

De Nijmeegse Vereniging Stedelijk Leefmilieu (VSL) organiseerde een programma rondom nanotechnologie in consumentenproducten. De VSL is al sinds 1990 geïnteresseerd in de nanodeeltjes en hun onbekende effecten voor mens en milieu. De afgelopen drie jaar heeft zij vereniging hierover onderzoek laten doen door studenten van de Universiteit Utrecht. Als resultaat hiervan organiseerden de leden 5 november 2010 een debat over nanotechnologie in consumentenproducten toegespitst op nanozilver in kleding, nanodeeltjes van cerium-oxide in diesel en nanodeeltjes van titaniumdioxide en zinkoxide in cosmetica. Er waren spreker van het RIVM, de Universiteit Utrecht, het MOB, het platform gezondheid en Milieu, van de Nederlandse Cosmeticavereniging en het Ministerie Infrastructuur en Milieu (IM).

Nanozilver in kleding
Tegenwoordig kun je kleding kopen met nanozilver. Hierdoor heb je minder last van zweetluchtjes in sokken en t-shirts. Het is nog niet bekend wat de zilverdeeltjes in het lichaam teweegbrengen. Het probleem bij nanozilver is dat het bij wasbeurten in het milieu terechtkomt en men niet weet of het dan bijvoorbeeld giftige ionen gaat afstaan. In Duitsland mag nanozilver niet gebruikt worden, omdat het tot bacteriële infecties zou leiden volgens het BFR (Duitse gezondheidsorganisatie) Dr. Susan Wijnhoven van het RIVM pleit daarom ook voor meer aandacht voor blootstelling van nanozilver in het milieu en betere meettechnieken. Er moet ook meer duidelijkheid komen waar nanozilver in verwerkt is en hoe het in het milieu terecht kan komen.

Titaniumdioxide en zinkoxide in cosmetica
Titaniumdioxide en zinkoxide worden in nanovorm vooral in zonnebrandcrème toegevoegd om zo schadelijke UV-stralen tegen te houden. Hoe kleiner de deeltjes zijn, hoe gladder en egaler je de zonnebrandcrème op de huid kunt smeren. In niet-nanovorm laat deze zonnebrandcrème namelijk een lelijke witte waas achter op de huid. Nanodeeltjes schijnen alleen schadelijk voor je lichaam te zijn, wanneer je ze aanbrengt op beschadigde huid volgens sommige onderzoeken. Judith de Graaf van de Nederlandse Cosmeticavereniging spreekt dit tegen: “Andere onderzoeken die zelf door fabrikanten van deze producten zijn gedaan tonen aan dat dit juist niet het geval is. Rapporten hierover mogen vanwege de concurrentie niet openbaar gemaakt worden.” Marga Jacobs (VSL) is het daar niet helemaal mee eens: “We kunnen beter investeren in onafhankelijk onderzoek van REACH.” Judith de Graaf verzekert haar dat haar leden zich netjes aan de REACH richtlijnen houden. (REACH is een overheidsorgaan dat lijsten opstelt van schadelijke en verboden stoffen in producten.) Monique Bosman (Ministerie IM) vindt dat de cosmeticabranche niet alle gegevens openbaar hoeft te maken, maar wel verplicht moet worden om de gegevens (vertrouwelijk) met de overheid te delen.

Nano-ceriumoxide in diesel
Nano-ceriumoxide wordt in het buitenland al in diesel gestopt om zo een betere en ‘schonere’ brandstof te krijgen. In augustus 2010 was onderzoek gedaan naar de schadelijk effecten van nano-ceriumoxide bij ratten, wanneer ze deze stof inademden. De ratten bleken hiervan longonsteking, longbeschadiging en fibrosis te krijgen. Volgens RIVM onderzoeker Dr. Flemming Cassee waren de effecten vergelijkbaar met gewone diesel en kan deze daarom zonder bezwaren gebruikt worden zolang er geen milieuvriendelijker en duurzamer alternatief voor diesel wordt uitgevonden. Drs. Ing. Johan Vollenbroek van het MOB was het er niet helemaal mee eens, omdat ceriumoxide als fossiele brandstof schaars is. In China geldt nu al een exportstop op deze stof.

Aanbeveling Stichting Leefmilieu
Marga Jacobs heeft een aantal aanbevelingen voor het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Zo pleitte ze voor een betere nadruk op de gezondheid van de mens en betere afspraken voor wie er verantwoordelijk is voor de productie van de nanodeeltjes: ” Producten met nanodeeltjes zouden duidelijker gelabeld moeten worden. Wij zijn een voorstander van het ‘No data, no marketprincipe van REACH: dus bij ontbreken van gegevens zou er geen verkoop van nanoproducten mogen zijn. Het is belangrijk dat er een soort kosten baten afweging van milieurisico’s wordt ingesteld. Nanotechnologie zonder risico’s bestaat immers niet. We moeten kijken naar wat we nodig hebben. Zo kunnen we best zonder nanosokken maar zonder (vuile) diesel voor vrachtwagens kunnen we voorlopig niet.”

Plannen overheid
Monique Bosman is projectleider van nanotechnologie bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Ze zal de adviezen van Marga Jacobs doorbrieven aan staatssecretaris Atsma. Toch legt IM de verantwoordelijkheid bij de bedrijven, producenten en retailers, omdat zij zich aan de REACH-wetgeving dienen te houden. We moeten ook kritisch naar het bedrijfsleven kijken. Bosman: “Het is lastig dat de regelgeving omtrent nanotechnologie in Brussel nogal traag verloopt. REACH moet daarop afgestemd worden. Intussen kunnen we beter zoveel mogelijk kennis delen met bedrijven en zoveel mogelijk voorzorgsmaatregelen treffen. Zo kan de Arbo afzuigkappen en beschermende kleding gaan voorschrijven. Daarnaast moet er ook veel gebruik worden gemaakt van wetenschappelijk onderzoek uit het buitenland. Duitsland is hier bijvoorbeeld al veel verder in dan Nederland. In Europa en in Oeso-verband is hier al geld voor vrijgemaakt.”

30 November is er weer een nanodebat in LUX. Dit jaar zullen er op verschillende plekken in Nederland afsluitende debatten over nanotechnologie plaatsvinden. Kijk voor meer informatie op http://nanopodium.nl.